maandag, 19 februari 2018

pad: homeonderhoud › antifouling kiezen

Antifouling kiezen

Synoniemen: Aangroeiwerendmiddel, Aangroeiwerende onderwaterverf. Voorkomende Schrijfwijze: antifauling, anti-fouling, anti fouling.

Publicatie 19-03-2011 23:09 - Aangepast 26-09-2012 10:49

Verschillende waterkwaliteiten en watertemperaturen produceren verschillende soorten en rassen van algen en aangroei. Daarom is bij het maken van de keuze van het type antifouling, van belang dat deze wordt afgestemd op het vaargebied. Er kan zelfs een groot onderling verschil zijn tussen nabijgelegen havens. Dit als gevolg van o.m. lozingen (van grijs water), vervuiling, uitmondingen van rivieren, geen of slechte doorstroming van het water, de snelheid van stroming van het water, zonlicht en schaduw (zoals bomen en gebouwen).

Er dient antwoord te worden gegeven op de vraag: Omvat het vaargebied: volledig, overwegend of sporadisch; zoet, brak of zout water? (Tropische gebieden met veel zon en hoge watertemperaturen, vragen om extra zorg. Zo ook in vaargebieden en havens waarvan het bekend is dat er sterke aangroei heerst en lokaties van lozing en extra stroming langs het schip.)

Antifouling, harde of zachte?

Globaal gesproken zijn er 2 soorten antifouling:

  1. Op basis van chemicaliën (biociden). De z.g.n. “harde antifouling”.
    Een van de voordelen van een harde antifouling is dat het tussentijds nat geschuurd c.q. gepolijst kan worden. Dit levert een gladder oppervak op en dus minder weerstand, dus meer snelheid. Harde antifouling word ook veel toegepast bij stilliggende schepen.
  2. Op basis van beweging. De z.g.n. “zelfslijpende antifouling”, ook wel eroderend of polijstend genoemd.

De biociden komen vrij doordat het langs de romp strijkende water tijdens het varen een laagje antifouling afslijpt. Er komt daardoor steeds weer een vers laagje antifouling beschikbaar. Ook vallen aangroeisels tijdens het varen af.
Zelfslijpend vormt een (bros) laagje om de romp, dat bij het minste of geringste loslaat, soms met plant en al waardoor het oppervlak ruw wordt. Wanneer het schip een tijdje in de box ligt zonder dat er gevaren wordt, zal de aangroei zich op de romp hechten. Bij regelmatig varen zal er vrijwel geen aangroei te zien zijn.

Antifouling is aan strenge milieuwetgeving onderhevig. Er zijn producten die niet in Nederland verkocht mogen worden. Milieutechnisch is Biocidehoudende antifouling de meest agressieve variant. Voor veel organismes is biocide giftig en blijft de scheepsromp daardoor vrij van aangroei. Het nadeel is echter dat biocide door een loogproces langzaam vrijkomt en daardoor in het water terecht komt. De verflaag verliest na verloop van tijd zijn beschermende werking en aan het eind van het vaarseizoen blijft er een poreuze, harde laag over. Na een aantal lagen - welke zich in de loop van de jaren hebben gevormd- zullen deze eerst verwijderd moeten voordat er weer een nieuwe laag aangebracht kan worden. Vanwege de milieubelasting zijn veel soorten biocide antifouling verboden.

De koperhoudendeantifouling mag in Nederland slechts beperkt verkocht worden. Toch is de meest voorkomende antifouling op basis van koper. Koper is een zwaar metaal, dus ook giftig.  Een minder schadelijke (zo ook minder effectieve) antifouling met als werkzaam bestanddeel dichlofluanide is chloorrubber. De minder effectieve werking geld echter niet voor het nieuwere koperhoudende broertje Chloorrubber Plus.

Koper en Biocidevrij

Aangroeiwerende onderwaterverf is een koper- en biocidevrije verf voor onder de waterlijn, welke zijn werking haalt uit de zelfslijpende eigenschap. Voor aangroeiwerende verven zijn allerlei middelen beschikbaar op basis van siliconen, enzymen, biofouling (o.a. op basis van nanotechnologie), epoxy met en zonder koperoxide, organische biociden of bioactief materiaal in verschillende vormen en allerlei andere varianten. Al deze verfsoorten lossen langzaam op gedurende het vaarseizoen.

Alternatieven.

Coppercoat  is een harde met koper gevulde epoxycoat waarin koper 'opgelost' is en kan alleen toegepast worden op polyester schepen. Eenmaal goed aangebracht (volledig volgens de richtlijnen; droge romp, alle bestaande lagen weg, temperatuur binnen de marge en mengverhouding goed) gaat deze coating 10 jaar mee en voorkomt vrijwel elke aangroei zonder het milieu te vervuilen met biociden. Een bijkomend voordeel is dat het de kans op osmose zeer sterk vermindert. Weinig onderhoud, wel moet de laag ieder jaar licht opgeschuurd worden om de koper te activeren.

Het andere 2-componenten epoxy onderwatercoating alternatief is ecoBOTTOM (ecoNAUTIC). Niet schadelijk voor het milieu, door de waterdichtheid in combinatie met slijtvastheid zal het water niet worden belast en daarmee ook het waterorganisme niet worden aangetast. Wanneer de epoxy correct volgens de voorschriften is aangebracht is deze hard, glad, flexibel, slijtvast, slagvast, damp- en waterdicht, chemicaliën resistent en duurzaam en gifvrij. Bij het aanbrengen biedt het ook voor de verwerker voordelen zoals gifvrij, oplosmiddelarm, reukarm, geen explosiegevaar en tussen de lagen hoeft niet geschuurd te worden. ecoNAUTIC is gebruiksvriendelijk en zonder verdunning te verwerken met de kwast en een mohairverfroller. Het dekt uitstekend, blijft staan op verticale vlakken en vloeit zeer mooi glad. Wanneer de onderwatercoating op de voorgeschreven wijze wordt aangebracht kan het jaren goed functioneren en biedt het een langdurige bescherming en een schoon onderwaterschip.

Ook regelmatig wisselen van zout naar zoet water en vice versa helpt. Organismen die op zoet water voorkomen, kunnen vaak niet overleven in zout water en omgekeerd.

Keuze tabel.

Wanneer het watertype bekend is, kan er een keuze worden gemaakt in het type antifouling:

  Zout water
Brak waterZoet water
Biocidehoudend XX XX XXX
Chloorrubber
X XX XXX
Chloorrubber Plus XXX XXX XXX
Koperhoudend
XXX XXX X
Koper en Biocidevrij - X XXX
Epoxy onderwatercoating:      
Coppercoat XXX XXX XXX
ecoBOTTOM XXX XXX XXX

XXX Zeer geschikt, XX Geschikt, X Minder geschikt, - Af te raden